In gesprek met Hendrike Bleumink

Het plattelandsstadje waar ik ben geboren was een heerlijke plek om op te groeien. Ik speelde in de bossen en ik kon overal zelf naar toe fietsen. Vrijheid in geborgenheid. Als tiener wilde ik ook die vrijheid, maar paste de kleinschaligheid en de cultuur van een plattelandsstadje daar niet meer bij.

Ik wilde de wereld zien, anoniem worden, ontdekken en uitproberen. En dus ging ik studeren in Utrecht en vervolgens wonen en werken in Amsterdam. Inmiddels woon ik met mijn gezin in Zeist. Ik zou mezelf dus absoluut geen stadsmens noemen. Ik wilde toen en ook nu nog vooral de vrijheid om mijn eigen weg te volgen. 

Ja, dat gaat wel automatisch, ja. Hoewel ik daarbij moet zeggen dat ik in eerste instantie voel. Is iets een leuke, fijne plek? En bij een duidelijke ja of nee, is het wel beroepsdeformatie om te ontdekken waar dat aan kan liggen. Aan de stedenbouwkundige opzet, de mensen, de voorzieningen, het kan van alles zijn. Ik ben ook afgestudeerd op het onderwerp ‘identiteit van ruimte’. Ruimte heeft natuurlijk geen identiteit, maar mensen kunnen identiteit ontlenen aan plekken.

We weten allemaal dat Rotterdam anders is en voelt dan Amsterdam. Dat heeft een fysieke component (bouwstijl, openbare ruimte, stedenbouwkundige structuur), maar ook een sociale component (cultuur, geschiedenis, rituelen). Of ik me identificeer met Zeist? Nog niet echt, daar stond gewoon het leuke, betaalbare huis. Maar wat niet is…

Ik vind in mijn werk eigenlijk maar een paar dingen belangrijk: dat het product of resultaat waar ik aan werk ertoe doet en ‘klopt’ en dat het contact met mensen waarmee ik werk oprecht is. Ik zal dus altijd investeren in die voorwaarden. In alle verschillende rollen die ik heb gehad in de afgelopen jaren heb ik ook geleerd waar ik goed in ben en waar ik minder goed in ben.

Voor het laatste organiseer ik mensen aan mijn zijde. Een opdrachtgever zei ooit tegen mij: “Geef jou een onontwarbare kluwen, je ontrafelt hem en je maakt er iets moois van.” Dat vond ik een leuk compliment.

In mijn laatste functie bij de gemeente Amsterdam als leidinggevende op afstand – mijn team van 20 mensen zat verspreid over de hele stad – was ik niet meer gelukkig.

Ik nam een sabbatical en ben een wens gaan onderzoeken die ik al langer had: basisschoolleerkracht worden. Ik wil op een directere manier iets betekenen in de maatschappij en daarnaast word ik blij van het pure contact met kinderen in de basisschoolleeftijd; hun leergierigheid, enthousiasme en creativiteit. Ik volg nu onderwijs op de Vrije Schoolpabo en loop stage naast mijn werk bij DZP en dat voelt heel goed. Komende twee jaar wordt hard werken, veel schakelen, passen en meten. Maar door het stage lopen ben ik bevestigd in mijn keuze. Ik ben begonnen aan de tweede helft van mijn carrière.

Poeh, dat is een moeilijke vraag. Ik zie wel parallellen maar ook verschillen. In projecten probeer je een projectgroep te vormen die met elkaar samenwerkt. Een klas vorm je ook tot een groep, ben je veel bezig met groepsdynamiek en klassenmanagement. Maar daar houdt het ook wel een beetje op.

Zoals ik aangaf: “Komende twee jaar wordt hard werken, veel schakelen, passen en meten.” En ik moet gaan kijken hoe het in de toekomst gaat. In het eerste gesprek tussen ons, gaf ik aan dat ik allerlei dingen aan het onderzoeken was (ik had die week erop een tweede gesprek voor een leidinggevende functie bij een gemeente).

Je keek me aan en zei: “Ik ken je nog niet, maar ik zie je voor de klas of bij een bureau als DZP. Ga niet meer naar de gemeente.” Dat vond ik zo tof en weet je, die opmerking is best bepalend geweest. Soms heb je even een bevestiging nodig op iets wat je eigenlijk al weet. Nog toffer is het dat ik nu mijn droom kan volgen met daarnaast een leuke baan met fijne collega’s. Ook daarin doet DZP aan maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Ik ben geen briljante technische kok, maar ik houd wel van lekker eten. Bij grotere gezelschappen maak ik graag een goed gevulde harira met zelfgemaakte humus en dadels.