Cluster 6: regie op energie

cluster 6: regie op energie

Cluster 6 verwijst naar de verspreide industrie van Nederland: zo’n 450 bedrijven met productielocaties buiten de vijf grote industrieclusters. Denk aan voedselproducenten, baksteenfabrieken, glasbedrijven, papierverwerkers, datacentra en fabrikanten van elektrische vrachtwagens. Daarnaast zijn ook offshore olie- en gasbedrijven als Cluster 6 gecategoriseerd.

Cluster 6-bedrijven zijn verantwoordelijk voor 12,5% van de fossiele CO₂-uitstoot van de Nederlandse industrie: ongeveer 6,2 Mt per jaar. Uit een rapport van Cluster 6 in januari 2025 blijkt dat maar liefst 330 locaties hebben meegedaan aan de landelijke uitvraag. Samen werken zij aan 689 verduurzamingsprojecten tot 2030. De helft daarvan draait om elektrificatie en dat betekent dat 373 projecten pas kunnen doorgaan als er voldoende netcapaciteit of een aansluiting beschikbaar is. Die projecten zijn goed voor bijna 80% van de mogelijke CO₂-reductie.

Deze bedrijven liggen over het algemeen op afstand van de hoofdinfrastructuur. Dit maakt de aansluiting aanzienlijk kostbaarder. Zonder infrastructuur geen verduurzaming. En zonder regionaal inzicht geen infrastructuur.

Niet alleen op landelijk niveau, maar juist regionaal gebeurt het: verduurzaming met oog voor ruimte en infrastructuur. In opdracht van de Provincie Overijssel werkt Jens aan een gebiedsgerichte aanpak voor de Cluster 6-industrie: ongeveer vijftig bedrijven met een groot energieverbruik buiten de vijf hoofdclusters. Daarmee speelt Overijssel een sleutelrol in het halen van landelijke klimaatdoelen. De provincie hanteert scherpere definities voor energie-intensieve bedrijven dan het Rijk: vanaf 1 miljoen m³ gas of 10 MW elektriciteit.

De ambitie is stevig: 92% minder CO₂ in 2040. Elektrificatie speelt daarin een sleutelrol: ongeveer 45% van de verwachte reductie moet uit het elektrificeren van processen komen. Dat vraagt om forse investeringen in het net en scherpe keuzes in ruimte en planning.

Verduurzaming betekent vaak overstappen op schonere energiedragers en aanpassen van productieprocessen. Dat verandert de vorm van energie die bedrijven afnemen en dat stelt nieuwe eisen aan infrastructuur. Maar zonder zekerheid over toekomstige energiebronnen durven bedrijven geen installaties aan te schaffen. Omgekeerd kunnen netbeheerders geen infrastructuur aanleggen op basis van aannames.

Overheden hebben simpelweg niet genoeg capaciteit om zicht te krijgen op wat er bij deze bedrijven speelt. Daarom is er regie nodig. En samenwerking. DZP is de verbindende factor tussen bedrijven en overheden. Ook op regionaal niveau.

Om tot uitvoerbare plannen te komen, gaat Jens in gesprek met bedrijven: hoe ver zijn ze met het verduurzamen van het bedrijfsproces, wanneer is de volgende investeringsbeslissing, is er zicht op overheidsbeleid/middelen en tegen welke problemen lopen zij aan? Die input is cruciaal om beleid te vertalen naar iets wat werkt op de werkvloer.

De kracht van DZP ligt in de combinatie van inhoudelijke expertise en procesbegeleiding. We snappen het speelveld: van provincie tot multinational. En we zorgen dat partijen samen stappen zetten. Niet met abstracte plannen, maar met oog voor de waarde van de industrie voor de regionale economie en een realistische businesscase die werkt in de praktijk.